Ketenaansprakelijkheid en inlenersaansprakelijkheid: de basis in vijf minuten
Twee wetten, één doel: de fiscus beschermen tegen loonheffingen en btw die verderop in uw keten niet worden betaald. U hoeft niets fout te hebben gedaan om ervoor te worden aangesproken. Dit artikel legt de basis uit waar alle andere artikelen in deze kennisbank op voortbouwen.
Waar het vandaan komt
Begin jaren tachtig ontdoken aannemers in de bouw op grote schaal loonheffingen door onderaannemers in te schakelen die zelf nooit afdroegen en vervolgens verdwenen. De Belastingdienst kon dat geld niet meer innen: de onderaannemer bestond niet meer of had niets. De wetgever loste dat op door de rekening een stap terug te leggen, bij de partij die wél bereikbaar bleef: de opdrachtgever. Dat is de ketenaansprakelijkheid, sinds 1982 in de wet.
Iets later kwam er een vergelijkbaar probleem bij uitzendwerk: een inlener huurt personeel in via een bureau, het bureau draagt de loonheffingen niet af, het bureau is onvindbaar. Daarvoor kwam de inlenersaansprakelijkheid. Beide staan tegenwoordig in de Invorderingswet 1990, ketenaansprakelijkheid in artikel 34, inlenersaansprakelijkheid in artikel 35.
Het verschil tussen de twee namen
| ketenaansprakelijkheid | inlenersaansprakelijkheid | |
|---|---|---|
| van toepassing bij | aanneming van werk, vooral in de bouw en aanverwante sectoren | het inlenen van personeel dat onder uw leiding of toezicht werkt |
| u bent | opdrachtgever of hoofdaannemer | inlener |
| de tegenpartij is | (onder)aannemer | uitlener, uitzendbureau, detacheerder |
| u bent aansprakelijk voor | loonheffingen van de (onder)aannemer over het uitbestede werk | loonheffingen én omzetbelasting van de uitlener over het ingeleende personeel |
| risico beperken via | storting op de G-rekening van de aannemer | storting op de G-rekening van de uitlener |
In de praktijk lopen beide vaak door elkaar, zeker wanneer een onderaannemer zelf weer personeel inleent. Voor u als opdrachtgever maakt het onderscheid dan weinig uit: in beide gevallen kan de rekening bij u terechtkomen voor iets waar u part noch deel aan had.
Waarom het u ook raakt als u zelf niets fout deed
Dit is het punt dat de meeste weerstand oproept: ketenaansprakelijkheid en inlenersaansprakelijkheid zijn geen boete voor iets wat u fout deed. Het is een waarborg voor de schatkist, en die waarborg werkt ongeacht uw goede trouw. Betaalde u uw factuur netjes, had u een keurig contract, wist u van niets — dan nog kan de Belastingdienst bij u aankloppen als verderop in de keten niet is afgedragen.
Dat klinkt onredelijk, en dat is precies waarom de wet ook een uitweg biedt: wie kan aantonen zorgvuldig te hebben gehandeld, wordt gedeeltelijk of geheel gedisculpeerd. Aantonen is het sleutelwoord. Niet weten dat u zorgvuldig was, maar het kunnen laten zien.
Wat het risico beperkt, en wat niet
Twee instrumenten komen in bijna elk artikel in deze kennisbank terug:
- De G-rekening. Een deel van de factuur storten op een geblokkeerde rekening vrijwaart u tot dat bedrag. Het neemt het risico niet volledig weg en valt weg zodra één voorwaarde niet klopt. Zie wat de G-rekening wel en niet afdekt.
- Het SNA-keurmerk. Een uitlener met een geldig keurmerk verlaagt het stortingspercentage aanzienlijk. Het is geen overheidsvergunning en geen garantie. Zie wat het keurmerk wel en niet zegt.
Beide instrumenten hebben één ding gemeen: ze werken alleen op het moment dat u ze toepast, en de status waarop u vertrouwde kan de week erna alweer anders zijn.
De regels die er inmiddels bovenop komen
Ketenaansprakelijkheid en inlenersaansprakelijkheid zijn de basis, maar niet het hele verhaal. Twee actuele regelingen verzwaren wat er van u wordt verwacht:
- Waadi-registratie — een aparte, directe boete (8.000 tot 32.000 euro) als uw uitlener niet geregistreerd staat, los van de fiscale aansprakelijkheid.
- De Wtta — vanaf 1 januari 2028 mag u alleen nog inlenen van uitleners met een toelating, gecontroleerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie.
En waar het in de praktijk het vaakst misgaat: bij doorlening, wanneer uw eigen onderaannemer zelf weer een partij inschakelt die u nooit heeft gezien.
In België is het patroon hetzelfde, andere naam
De Belgische hoofdelijke aansprakelijkheid en de inhoudingsplicht werken vanuit dezelfde logica: de overheid beschermt zich tegen fraude verderop in de keten door de rekening bij de opdrachtgever te leggen. De regels, bedragen en instanties verschillen van de Nederlandse, maar het achterliggende idee is identiek. Zie de Belgische inhoudingsplicht sinds 1 mei 2026 en hoe u dat aantoonbaar controleert.
Wat u er praktisch mee doet
- Breng in kaart wie er in uw keten zit, inclusief partijen die u via een onderaannemer binnenkomen.
- Controleer bij aanvang wat de openbare registers over elke partij zeggen, en herhaal dat periodiek. Eenmalig controleren zegt niets over volgende maand.
- Leg elke controle vast met datum, bron en uitkomst. Bij een controle achteraf telt niet of u het wist, maar wat u met die kennis heeft gedaan.
- Gebruik de G-rekening en het SNA-keurmerk als risicobeperking, niet als vrijbrief.
Bronnen
- Invorderingswet 1990, artikel 34 (ketenaansprakelijkheid) en artikel 35 (inlenersaansprakelijkheid)
- Belastingdienst, ketenaansprakelijkheid en inlenersaansprakelijkheid, belastingdienst.nl
Begin bij uw grootste onderaannemer
Zoek hem op en kijk wat de openbare registers vandaag over hem zeggen.