Nederlandse opdrachtgever, Belgische onderaannemer: welke regels gelden?
Bepalend is niet waar de partijen gevestigd zijn, maar waar het werk wordt uitgevoerd. Voert uw Belgische onderaannemer werk in onroerende staat uit in België, dan geldt het Belgische stelsel: inhoudingsplicht artikel 30bis, aangifte van werken, Limosa en A1. Werkt hij op uw project in Nederland, dan geldt het Nederlandse stelsel: inlenersaansprakelijkheid, ketenaansprakelijkheid en de G-rekening. Dat onderscheid is de bron van vrijwel alle misverstanden op dit onderwerp.
De twee situaties naast elkaar
| werk wordt uitgevoerd in België | werk wordt uitgevoerd in Nederland | |
|---|---|---|
| welk stelsel | artikel 30bis/30ter, wet van 27 juni 1969 | Wet ketenaansprakelijkheid, invorderingswet |
| wat u doet vóór betaling | raadplegen of er sociale of fiscale schulden zijn, en inhouden als dat zo is | storten op de G-rekening van de uitlener |
| bewijs vooraf | raadplegingsattest met datum | verklaring betalingsgedrag over het tijdvak |
| melding vooraf | aangifte van werken, plus Limosa voor de mensen | geen meldingsplicht van deze aard |
| bij wie ligt de plicht | bij wie betaalt, ook als dat een buitenlandse partij is | bij de inlener respectievelijk de aannemer |
Werkt u in België: uw eigen onderneming staat er ook in
Dit verrast Nederlandse ondernemers het vaakst. De Belgische raadpleging inhoudingsplicht werkt niet alleen op Belgische ondernemingsnummers. Een buitenlandse onderneming kan worden opgezocht op haar intracommunautaire btw-nummer, dus ook uw Nederlandse btw-nummer. Heeft een buitenlandse werkgever schulden bij de PDOK, de Belgische dienst voor buitenlandse werkgevers, dan wordt dat onder artikel 30bis als sociale schuld aangemerkt en ontstaat er bij uw Belgische opdrachtgever een inhoudingsplicht ten aanzien van ú. Die uitbreiding naar buitenlandse bouwondernemingen is volgens Embuild Antwerpen, over de inhoudingsplicht bij buitenlandse onderaannemers, sinds eind juni 2024 operationeel.
Met andere woorden: als u in België werkt, bent u niet alleen degene die controleert. U bent ook degene die gecontroleerd wordt, door uw eigen opdrachtgever, in een publieke database waar u geen inzage in de aanleiding heeft tenzij u zelf kijkt.
Wat u als Nederlandse aannemer in België vooraf regelt
De aangifte van werken. Ook wel werfmelding. Voor buitenlandse ondernemingen die werken uitvoeren in België gelden dezelfde regels als voor Belgische bedrijven. Volgens de RSZ, in haar toelichting bij de aangifte van werken, is de aangifte verplicht bij een overeenkomst vanaf 5.000 euro exclusief btw wanneer er minstens één onderaannemer bij betrokken is, of vanaf 30.000 euro exclusief btw ongeacht onderaanneming. Hij moet volgens diezelfde toelichting vóór de start van de werken gebeuren; bij tijdelijke of mobiele bouwplaatsen en bij asbestverwijdering minstens vijftien kalenderdagen vooraf.
Praktisch punt: als buitenlandse hoofdaannemer heeft u een Belgisch ondernemingsnummer nodig. Heeft u dat nog niet, dan kunt u dat tijdens de aangifte aanvragen; er verschijnt dan automatisch een aanvraagformulier dat de RSZ behandelt. Als buitenlandse onderaannemer kan het ook zonder: een EU-onderneming kan haar intracommunautaire btw-nummer gebruiken.
Limosa. Voor werknemers die u vanuit Nederland naar België stuurt geldt de Belgische meldingsplicht. Reken hier niet met een vuistregel uit uw hoofd: de uitzonderingen per beroepsgroep en per duur zijn talrijk en veranderen. Laat dit per project door uw adviseur of uw Belgische opdrachtgever bevestigen.
A1 per persoon. Dit is de val waar men het vaakst in loopt. Dat een buitenlandse partij géén schulden bij de PDOK heeft, is niet genoeg. Voor elke gedetacheerde werknemer moet er een geldig A1-document zijn, dat aantoont onder welk socialezekerheidsstelsel die persoon valt. Een schone raadpleging op bedrijfsniveau zegt niets over de papieren van de man die morgen op de steiger staat.
Werkt uw Belgische onderaannemer in Nederland: dan gelden onze regels
Zet u een Belgische partij op een Nederlands project, dan verandert er niets aan wat u gewend bent, en dat is precies het punt. De keten- en inlenersaansprakelijkheid gelden onverkort. U stort op een G-rekening, u vraagt een verklaring betalingsgedrag, u legt uren en identiteiten vast.
Twee praktische complicaties zijn er wel.
Ten eerste: een Belgische onderneming heeft niet vanzelf een Nederlandse G-rekening. Die moet worden aangevraagd bij de Belastingdienst, en dat kost tijd. Wie dat pas bij de eerste factuur ontdekt, staat voor de keuze tussen te laat betalen of onbeschermd betalen.
Ten tweede: een Belgische partij staat niet in het SNA-register en heeft geen NEN 4400-1. Er bestaat wel NEN 4400-2 voor in het buitenland gevestigde ondernemingen. Zonder registratie schuift uw storting op de G-rekening volgens de Belastingdienst, over aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel, van 25 naar 55 procent van het factuurbedrag inclusief btw. Dat is geen detail: op een factuur van 50.000 euro is dat een verschil van 15.000 euro aan werkkapitaal.
Waar het in de praktijk misgaat
- Het project verhuist. Een onderaannemer die in maart in Nederland werkte en in mei op een Belgische werf staat, valt in mei onder een ander stelsel. De administratie volgt dat zelden automatisch.
- De raadpleging gebeurt bij gunning in plaats van bij betaling. De Belgische verplichting ontstaat op het moment van betalen. Een raadpleging uit de offertefase is bij een controle geen bewijs. Zie wat er op 1 mei 2026 is veranderd.
- Men vertrouwt op één document voor het hele jaar. Elke bescherming dekt een periode; welke, dat verschilt per bron. Wij hebben dat uitgewerkt in hoe vaak u uw leveranciers moet controleren.
- Doorlening blijft buiten beeld. Uw Belgische onderaannemer schakelt zelf iemand in. In beide stelsels blijft u dan in beeld, terwijl die partij nergens in uw administratie staat. Zie doorlening: de partij die u niet kent.
Wat wij hier niet beweren
Dit is algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies, en het is geen volledige opsomming. Grensoverschrijdend werken raakt aan detacheringsregels, aan het toepasselijke arbeidsrecht en aan paritaire comités, en dat valt buiten wat wij hier behandelen. Voor de Limosa-melding hebben wij bewust geen drempels of sancties opgenomen, omdat wij die op het moment van schrijven niet uit een primaire bron hebben kunnen bevestigen. Laat dat per project toetsen.
Over wat wij zelf kunnen: welke van deze Belgische en Nederlandse bronnen wij vandaag geautomatiseerd mogen lezen, staat op bronnen en status. Die pagina is leidend. De Belgische inhoudingsplicht staat daar op dit moment als nog niet aangesloten, en dat betekent dat wij daarvoor onbekend tonen in plaats van een groen vinkje dat wij niet kunnen onderbouwen.
Bronnen
- Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, aangifte van werken onder artikel 30bis, voor de drempels van 5.000 en 30.000 euro en de termijn vóór aanvang
- Embuild Antwerpen, werfmelding buitenlandse hoofd- en onderaannemers, voor de gelijkstelling van buitenlandse met Belgische ondernemingen
- Embuild Antwerpen, inhoudingsplicht artikel 30bis bij buitenlandse onderaannemers, voor de PDOK-schulden, de raadpleging op intracommunautair btw-nummer en het A1-vereiste
- Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, artikel 30bis en 30ter, socialsecurity.be
- Belastingdienst, aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel, voor de percentages van 25 en 55 procent
Werkt u over de grens?
Zoek een Belgische partij op met haar ondernemingsnummer en kijk wat wij vandaag kunnen lezen. Wat nog niet kan, ziet u er eerlijk bij staan.